Tombolaprijzen

Erik Wille

Erik Wille

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VERSLAG EINDEJAARSFEEST

Eindejaarsfeest van dinsdag 10 december 2013.

‘Marktliederen’

Door de Groep Erik Wille

Bij de aanvang van ons eindejaarsfeest verwelkomde onze voorzitter Daniël de talrijk opgekomen aanwezigen. Hij leidde meteen de Groep Erik Wille in die het eerste deel van het feest zou opvrolijken.
De groep omvat normaal een vijftal musici en vertolkt volksliederen uit de Vlaamse marktzang en café-chantant traditie. Voor ons kwamen er twee groepsleden die, wegens de door ons opgelegde tijdsbeperking, een fel ingekorte versie van hun uitgebreid repertoire zouden brengen.
De leider Erik Wille was de zanger en Luc De Zutter de accordeonist.
Zij zouden voor ons voornamelijk marktliederen brengen.
De zanger gaf ons eerst een kleine historiek van het ontstaan van de marktliederen.  Ze werden, het woord zegt het al, gezongen op de wekelijkse markten. Niet noodzakelijk door marktkramers maar ook door lui die er hun boterham mee verdienden; zij verkochten tekstblaadjes aan de omstanders (ook om die te kunnen meezingen).
Zo een tekstblaadje kreeg ieder van ons ook, met daarop de refreintjes van de liedjes die zij zouden vertolken.
Marktzangers bestonden er al in de 9de eeuw. De gulden periode lag dichter bij ons, nl. tussen de twee wereldoorlogen en voornamelijk in de jaren 20 en 30.
De koning van de Vlaamse marktzangers was Lionel Bauwens uit Eeklo, door de meesten van ons gekend als Tamboer. Hij werd in Eeklo geboren op 15 december 1892 en overleed in Adegem op 10 mei 1974. Zijn vader Alfons was ook al straatzanger. Tamboer deed alle markten aan in het Meetjesland en de rest van Oost-Vlaanderen, zelfs tot in West-Vlaanderen. Van daar bracht hij allerlei nieuws mee. De gewone burger had nog geen radio, velen waren analfabeet en konden de gazet niet lezen; voor hen maakte en zong Tamboer liedjes over sensationele feiten. Dat deed hij ook over gewone voorvallen in het leven. Voor diegenen die wel konden lezen bood hij de liedjes op papier (vliegende blaadjes) te koop aan. Voor de andere toehoorders wees hij met de wijsstok op ‘plakkaten’ de prentjes aan die het verhaal verduidelijkten.
Tussendoor vertelde de zanger dat de liedjes van vóór 1910 geen refrein hadden, pas daarna kwamen de liederen met refrein. Hij wees er ons ook op dat door de opkomst van de radio de marktzangers vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw begonnen te verdwijnen. De mensen vernamen het nieuws via hun radio, daar waren geen liedjeszangers meer voor nodig.
Hoe ontstonden marktliederen? De marktzanger schreef liedteksten over alles wat de mensen kon boeien.
Ze werden in een gezuiverd Vlaams geschreven want dialect zou niet overal worden begrepen.
Over wat gingen ze dan? De liedjes gingen over aangrijpende gebeurtenissen, roddel, liefde, armoe en sociale miserie. Eveneens over ongevallen en de nefaste gevolgen van alcohol en passie.
Hoe werden ze gebracht? Ze werden gezongen op een gekende melodie die op dat moment furore maakte.
Ook de Weense operettemelodieën waren in zwang om die teksten op te zingen.
De gebeurtenissen zijn meestal vreselijke moorden, daarover zong Erik: ‘De laffe moord op Hector de Zutter van Beernem’ en ‘Het vreselijk gezinsdrama te Overijsse’.
Ze gingen ook over sportprestaties, gelijk in het lied ‘Hulde aan Wereldkampioen 1948 Briek Schotte’.
In ‘’t Komerestraatje’ kwam de roddel aan de beurt en in ‘Moeder, mijn lief is een Tommy’ en ‘’t Lanteerntje’ ging het op soms nogal pikante wijze over liefde en liefdesperikelen.
De liedjes ‘Het Lot van de Werkman’, ‘Het lied van de kloefen’ en ‘Het zijn de duiven’ hebben het over de armoe, de werkloosheid en de economisch achteruitgang.
Bij ‘Het zijn de duiven’ hebben we een West-Vlaamse spreuk geleerd:
“ Tsien de duven en de wuven dien ‘t geld doen stuven!”
‘Ik leerde Marieken per auto rijden’ gaat dan over betere tijden, maar ook met een ondeugende kwinkslag erbij.
‘Het zijn de duiven’ was van de Kortrijkzaan Alberic Cattebeke (1894-1975), ‘’t Lanteerntje’ van de zeer bekende 19de eeuwse Gentse volkszanger Karel Waeri (1842-1898), de overige liedjes waren van Tamboer.
Vóór het eindlied speelde de accordeonist een potporie van bekende Parijse musettemuziek.
En dan kwam de finale en dat kon in Gent niet anders zijn dan een lied van Walter De Buck: ‘Mijne vlieger’.
Met het slotrefrein van dat lied eindigde het muzikaal gedeelte. Daarop barstte een daverend applaus los.
Onze voorzitter bedankte de twee performers van harte en ze kregen van de toehoorders nog een extra applaus.
Hij bedankte ook de vrijwilligers die al van vroeg in de voormiddag aan de slag waren om ons feest mogelijk te maken. Daarbij kwam nog een speciale dank aan Martine voor de bloemstukjes die de tafels sierden en dan ook nog samen met Gisèle voor nieuwe duurzame tafelkleedjes had gezorgd.
Na de mededeling dat de bloemstukjes zoals naar gewoonte te koop waren om de opbrengst aan een goed doel te storten konden we genieten van koffie met lekkere gebakjes.
Na de ruime koffiepauze werd de namiddag afgerond met de traditionele jaarlijkse tombola.
Martine en Gisèle verbaasden ons alweer met de samenstelling van de te winnen pakjes.
Nadat de prijzen bij de winnaars waren gebracht kon voor drie van de aanwezigen de ‘chance’ niet op want onze erevoorzitster Lieve mocht nog drie bijkomende superprijzen uitloten.
Door het optreden van Erik en Luc en het werk van de vrijwilligers was het toch wel een zeer geslaagd eindejaarsfeest geworden.
Met de wens de muzikale groep eens een hele namiddag te laten vullen keerde iedereen tevreden huiswaarts.

Verslag: Daniël Van Renterghem


 

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | gastenboek | feedback