WANDELVERSLAG

Verslag wandeling van vrijdag 07 maart 2014 te Gijzenzele.

‘Gijzenzele… Bunkerroute’

Bunker wordt in de volksmond ook wel eens abri of onderstand genoemd.
Luc en Martine zouden ons gidsen door een stukje Bruggenhoofd van Gent, een verdedigingsgordel van bunkers die tussen 1930 en 1934/35 werd opgetrokken en van Kwatrecht tot Astene liep.
Alras bleek het dat zij enkel moesten leiden. Noël, die van de naburige gemeente Landskouter is, nam het geschiedkundige gidsgedeelte voor zijn rekening. Hij zou ons uitleg geven over de bunkers en de driedaagse strijd die hier in mei 1940 werd geleverd.
Van op de ‘Roepsteen van de Sjampetter’ bij de ingang van het kerkhof bracht Noël met een gedichtje hulde aan de heldhaftige soldaten die vermeld staan op het monument voor de gesneuvelden van Gijzenzele.
Na een korte samenvatting van wat zich hier in de meidagen van 1940 afspeelde (waarover we tijdens de wandeling nog meer zouden vernemen) vertrokken we over het kerkhof om in te pikken op de Bunkerroute.
We kwamen voorbij het graf van Hendrik Sels, één van de twee graven voor oorlogsgesneuvelden die er op het kerkhof van Gijzenzele nog zijn. Onthoud de naam Hendrik Sels.
We kwamen op de Bunkerroute en stelden algauw vast dat goed schoeisel en zeker rubberlaarzen geen overbodige luxe waren. Uitwijken naar de naastgelegen weide was een oplossing voor het modderprobleem. Aan Rooberg in Landskouter weken we eventjes van de route af tot bij een monument dat daar werd opgetrokken door toedoen van Noël.
Het is betiteld: ‘Requiem voor een ploeg’. ’Ode aan de laatste boeren van Landskouter’.
In een glasplaat staat een gedicht gegraveerd van onze Noël (Minnaert) waarin hij de boer met paard en ploeg looft. De ode eindigt met: “Mijn werk op de Landkouterse velden is voorbij, want de ploeg… zij boerde niet meer voort! Er staat ook een authentieke ploeg (een Brabander uit 1930) met daarop twee gesmede raven; werk van kunstsmid Roger Boxstaele. Het werk heeft een symbolische betekenis.
Naar de fabel ‘Le Corbeau et le Renard’ van Jean de La Fontaine heeft één van de raven een stukje kaas in zijn bek. Je weet nog wel: ‘Maître Corbeau, sur un arbre perché, Tenait en son bec un fromage…’
De raven verwijzen naar de inwoners van Landskouter; ze zijn slim, altijd bezig en ook soms wat ondeugend…
We kwamen op onze stappen terug en trokken Boonakker rechts in tot aan de tweesprong waar een stokoude linde staat met een Mariabeeldje in een kastje. Jaarlijks in mei wordt hier nog een gebedsstonde gehouden. We stonden op het ‘driegemeentenpunt’: Gijzenzele, Landskouter en Oosterzele.
De Bunkerroute loopt hier rechts verder naar Moortsele; wij namen de wegel links van de linde naar Betsbergebos waar we terug zouden aansluiten op de route. We hadden onderweg al een paar bunkers gezien maar in Betsbergebos stond er een nest van vier.
Betsberge was met zijn 69 m hoogte een strategisch punt. Op en rond de heuvel stonden er oorspronkelijk 22 bunkers. Wie de top bezette heerste over de omliggende uitgestrekte Vlaamse velden.
Noël vertelde ons over de driedaagse veldslag die hier woedde van 20 t/m 22 mei 1940. In de nacht van 22 op 23 mei trokken de Belgische troepen zich terug zodat een zware beschieting of vernietigend bombardement van de streek werd vermeden. Op donderdag 23 mei viel Gent.
Terug op de route lieten we ons van de hoogte afzakken tot aan de Meersstraat, daar ging het links tot aan de Geraardsbergsesteenweg. Die draaiden we links op om na een kort eindje rechts wederom tussen de velden en weiden verder te trekken. Na een laatste moddergeploeter en weidelopen kwamen we aan een piepklein huisje. Noël had ons onderweg al te raden gegeven waar ergens nog een bunker kon staan. Juist voor de Kerkstraat stopten we bij de onderstand die hij bedoelde. De abri is gecamoufleerd als een huisje met aan de buitenzijde alles erop en eraan om op een huisje te lijken. Er staat een pannendak op, er is een aanbouw dat een achterhuis zou kunnen zijn en een kleinere aanbouw dat op een kleinste kamertje lijkt, en heeft een toegangsdeur. Vóór de schietgaten zijn luiken aangebracht die beschilderd zijn met de contouren van een raam met nette witte gordijntjes. Noël had bij de beheerder van de bunker de sleutel mogen ophalen en wij konden die kleine verstikkende ruimte vanbinnen bekijken. Om door de schietgaten te kunnen turen opende Tonny de blaffeturen.
Vooraleer de Kerkstraat in te gaan naar ons eindpunt toe, vertelde Noël ook nog over de dood van soldaat Hendrik Sels. Milicien Sels verdedigde zijn sector vanuit één van de huizen die toen aan de overkant van de Kerkstraat stonden. Een relatief rustige pauze tijdens het vuurgevecht werd de dappere Hendrik fataal.
Hij sneuvelde op het gemak, de schedel afgerukt door een scherf van een inslaande obus in het huis ernaast.
Hiermee sloot Noël zijn historische toelichtingen af en kreeg hiervoor een welverdiend applaus van de wandelaars. We bedankten hiermee niet alleen onze gids maar ook Luc en Martine voor de wandeling langs de bunkers. Hierdoor kon Noël ons verduidelijken waarom en waarvoor die bunkers hier werden opgetrokken.
In café ‘Klein Gijzel’ konden we, met wat hulp aan de waard van Martine en Gisèle, onze leerrijke namiddag afronden met: ‘Pannenkoek uit het vuistje en een schep suiker uit het zakje’.

Verslag: Daniël Van Renterghem

Noot. Hier het oorspronkelijk aantal bunkers die destijds in de gemeenten die op de Bunkerroute liggen werden ingeplant: Gijzenzele 8, Landskouter 3, Moortsele 16 en Oosterzele 26.


 

 

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | feedback