In Flanders Fields Museum

Tyne Cot

Menenpoort

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DAGREIS 13 MEI 2014

In het spoor van de Eerste Wereldoorlog

Ze hadden ons zien komen in Ieper, we werden verwelkomd met gebeier. De carillonklanken waren nauwelijks uit de lucht toen er een fikse hagelbui uitviel. Dat kon ons niet deren want we waren in het museumcafé van het ‘In Flanders Fields Museum’ (IFFM) een flinke en smakelijke kattenklauw met koffie aan het verorberen.
Na die bezigheid zijn we met onze groep van 70 naar het museum zelf getrokken om er in ongeveer anderhalf uur vier jaar oorlogstijd te bekijken. Ieder van ons werd gewapend met een ‘Poppy-armband’ waarmee we het museum binnen en buiten konden maar vooral om de verhalen van vier ooggetuigenissen te kunnen horen en bekijken. Ook de informatieschermen bij bekende en onbekende voorwerpen konden ermee geactiveerd worden. Alzo doorliepen we individueel en op eigen tempo het museum. Het museum brengt het historisch verhaal van de West-Vlaamse frontstreek tijdens WO I en toont ons het oorlogsleed tijdens en na de Duitse inval in België op 4 augustus 1914. Vooral de ellende, pijn en beproeving van de vier jaar stellingoorlog in de Westhoek wordt er weergegeven. Naast de tentoongestelde oorlogstuigen en gebruiksvoorwerpen van  frontsoldaten is er in het museum ook ruimte voor persoonlijke indrukken van frontsoldaten en voor kunstenaars van toen en nu. Dagboeken, proza, gedichten, tekeningen, schilderijen, foto’s en beeldhouwwerken geven impressies weer van aangrijpende gebeurtenissen.
Een paar weetjes: Vanaf 4 augustus 2014 zal in het museum dagelijks een lijst getoond worden met de namen van mensen die dag op dag 100 jaar eerder op Belgisch grondgebied omkwamen als gevolg van WO I. Nu kun je al een lijst van omgekomen mensen die uw familienaam droegen raadplegen op: www.inflandersfields.be .
We verlieten het museum via de tijdelijke tentoonstelling over de gewondenopvang en -verzorging achter het front, in de veldhospitalen, in de vaste hospitalen in Noord-Frankrijk en in de hersteloorden in Engeland.
Daarmee was onze voormiddag om en trokken we naar restaurant ’t Ganzeke aan het Vandenpeereboomplein, aan de noordkant van de Lakenhallen.
De dagverse soep, het Iepers tapjesvlees en de Ieperse senateurtaart smaakten heerlijk!
Voor een stadswandeling met gids werd onze groep tijdelijk in drie groepjes gesplitst.
De rondleiding startte aan de Lakenhallen. Wij kregen de geschiedenis van de bouw ervan tussen 1200 en 1304, de verwoesting ervan tijdens de Groote Oorlog, het begin van de heropbouw direct na 1918, de heropening in juli 1934 en de voltooiing in 1965. We hielden ook even halt bij het 15deeeuws Kasselrijgebouw, zetel van de kasselrij Ieper (een graafschap werd ingedeeld in kasselrijen). Men noemt het gebouw ook het ‘Huis der zeven’; veel bouwelementen en ornamenten van het huis bestaan uit zeven stuks of een veelvoud ervan, zoals: twee rijen van zeven dakkapelletjes, rijen van zeven ramen en de uitbeelding van de zeven hoofdzonden in zeven medaillons. De medaillons zijn het werk van de Gentse beeldhouwer Aloïs De Beule. Langs het Gerechtshof stapten we door de Meensestraat naar de Menenpoort. In 1919 wou de toenmalige Britse eerste minister Winston Churchill dat Ieper in puin zou blijven liggen als altijddurende herinnering aan die vreselijke oorlog. Dat wilden de Ieperlingen niet, zij kwamen massaal terug voor de wederopbouw van hun stad. De plaats waar de in 1853 verdwenen Antwerpenpoort stond werd aan de Britten toegewezen om er een herdenkingsmonument te bouwen. In 1927 werd de Missing Memorial (Menenpoort) ingehuldigd. Op 1166 panelen van witte portlandsteen werden 54.896 namen gebeiteld van vermiste (gesneuvelde) militairen die geen gekend graf hebben. De poort heeft ook symbolische waarden, nl. van op deze plek vertrokken vier jaar lang Britse troepen naar het front; aan de voorkant (kant van de binnenstad) staat boven de middenboog een graftombe met lijkwade afgebeeld als teken van de dood, maar op de tombe en de lijkwade ligt een laurierkrans (een lauwerkrans) als teken van de overwinning; aan de achterkant ligt boven de middenboog de Britse leeuw, met zijn blik gericht op de slagvelden; een liggende leeuw staat voor: de strijd is gestreden.
Langs de Kouwekijnstraat, de Houtmarktstraat en de Janseniusstraat kwamen we aan de achterkant van de kathedraal waar een Keltisch kruis staat als herinnering aan de Ierse gesneuvelden. De Sint-Maartenskerk is een kathedraal omdat Ieper van 1559 tot 1801 een bisschopszetel had. We stapten verder naar de hoek van het Vandenpeereboomplein en de Elverdingestraat waar we de anglicaanse St. George’s Memorial Church bezochten. De kerk is een schenking van de eerste opperbevelhebber van de Gemenebesttroepen aan het westelijk front: Veldmaarschalk John Denton Pinkstone French. Het is een centrum van geestelijk en sociaal leven voor de in Ieper en omgeving verblijvende Britten. Opvallend zijn de vele schenkingen, zoals: koperen gedenkplaten, glasramen, stoelen en stoelkussens.
Terug op de bus startten we een rondrit door Vlaamse velden.
We reden naar het noordelijk deel van de Ieperboog (Ypres salient), dat is het deel van het IJzerfront dat grotendeels rond Ieper lag (noord-, oost- en zuidkant). Onze eerste stop was Essex Farm Cemetery in Boezinge. Het is deels een frontkerkhof waarop militairen liggen die hier sneuvelden, de andere graven zijn van in de omgeving gevallen soldaten. Zoals op alle militaire Gemenebestbegraafplaatsen is er nabij de ingang een kastje in de muur met het Cemetery Register, daar staan de namen in van diegenen die er begraven liggen, met vermelding van de gravenrij (een letter) en het nummer van hun graf. Er staat een Cross of Sacrifice met een zwaard op waarvan de punt naar beneden is gericht, d.w.z. de strijd is voorbij. Er staat ook een Stone of Remembrance, op alle 160 Britse begraafplaatsen staat zo een herinneringssteen en een offerkruis. Het graf dat hier de meeste aandacht trekt (het is zowat een bedevaartplaats geworden) is dat van Valentine Joe Strudwick. Hij sneuvelde hier op bijna 15-jarige leeftijd (14 februari (Valentijn) 1901-14 januari 1916). Hij was niet de jongste gevallene, dat was de 14-jarige Brit John Condon (sneuvelde eind 1917) die op het Brits kerkhof in Poelkapelle begraven ligt. Verder bezochten we hier een versterkte medische hulppost in de dijk van het Ieperleekanaal (kanaal Ieper-IJzer). Bij de heropbouw van de streek deden die betonnen constructies dienst als tijdelijke onderkomens. Ook de Luitenant-kolonel John McCrae-site ligt hier, met een herdenkingsmonument voor de schrijver van het wereldberoemde gedicht: ‘In Flanders Fields’. Hij zou het gedicht hier geschreven hebben naar aanleiding van de dood, hier niet ver vandaan, van één van zijn beste kameraden.
Van hier reden we naar het Duits kerkhof in Langemark, één van de vier Duitse soldatenkerkhoven in Vlaanderen. Dat in Langemark wordt ook het Studentenfriedhof genoemd omdat hier vele jonge rekruten (studenten) sneuvelden. Er liggen 44.061 Duitsers begraven, waarvan meerdere in één graf en er ligt ook een massagraf waarin later opgegraven stoffelijke overschoten werden bijgezet. Op het kerkhof staan nog resten van bunkers uit de frontlinie. Er staat ook een groep van vier bronzen soldaten, een beeldhouwwerk van Emil Krieger: ‘Trauernde Soldaten’. De andere drie Duitse kerkhoven liggen in Vladslo (Diksmuide), Hooglede en Menen. Van Langemark reden we naar het Tine Cot Cemetery in Passendale, de grootste Britse militaire begraafplaats op het Europese vasteland. Hier liggen de gesneuvelden uit de Derde Slag om Ieper (31 juli tot 10 november 1917), samen met anderen die naar hier werden overgebracht. Er staan 12.000 grafzerken voor: Britten, Canadezen, Australiërs maar vooral New-Zeelanders. Onder opperbevel van Douglas Haig werden de New-Zeelandse troepen maandenlang massaal op Tine Cot in de aanval gestuurd waarbij ze gewoon werden weggemaaid (afgeslacht). In de half cirkelvormige muur, Tine Cot Memorial, staan de namen gebeiteld van de vermiste New-Zeelanders. (Die komen niet voor op de Menenpoort). Van de in totaal 600.000 gesneuvelden aan het IJzerfront vielen er in de Ieperboog 450.000, zowel Commonwealth als Duitse soldaten. 
Nog dit: De Cemeteries staan onder het beheer van de Commonwealth War Graves Commission en worden onderhouden door Britse en Vlaamse tuinmannen. De Friedhofen staan onder het beheer van de Volksbund Deutsche Kriegsgräbenfürsorge en worden onderhouden door Duitse soldaten.
We hadden genoeg leed gezien voor die dag en we verplaatsten ons naar het themacafé van het Hooge Crater Museum aan de Meensesteenweg. Daar stond ons een ovenkoek met paterskaas en een streekbier te wachten, het werden twee boterhammen van een karrenwielgroot brood met Passendalekaas, maar toch best lekker.
Bij een bezoek aan Ieper blijf je er minstens tot 20.00 uur, het uur van de Last Post in de Menenpoort.
Sedert 1 mei 1929 (onderbroken tijdens WO II tussen mei 1940 en 6 september 1944), wordt hier iedere avond om acht uur stipt de Last Post (ter ruste, slapen gaan) geblazen door brandweerlui. Het aantal klaroenblazers kan variëren, veelal zijn het er vier maar er kunnen er meer of minder zijn en uiteraard zeker één. De ceremonie omvat normaal: het blazen van de Last Post, het voorlezen van een vers of kort gedicht ter herinnering aan de gesneuvelden, waarop door iedereen ‘We remember’ wordt geantwoord, dan volgt één minuut stilte en daarna worden er (eventueel) bloemen en kransen neergelegd. Bij bijzondere gelegenheden wordt er om af te sluiten het ‘Reveille’ (het wekken, opstaan, heropstaan) geblazen. Wij hadden geluk, het werd een uitgebreide ceremonie. Stipt op tijd bliezen vier brandweerlieden de Last Post, de bevelvoerder van zeven verschillende delegaties Britse Royal Legion-veteranen en van vier Belgische Oudstrijdersbonden, alle met eigen vaandel, las een paar verzen voor waarop het ‘We remember’ massaal werd geantwoord. Met gestreken vaandels volgde dan een imponerende minuut stilte (toch gestoord door een kakofonie van gsm-oproepen) en werden er daarna bloemen en kransen neergelegd door Britten, Ieren, Canadezen en Vlamingen. En dan volgde het ‘Reveille’.
In zijn afscheidswoord op de bus beschreef onze voorzitter de voorbije dag als volgt: ‘Het was geen dag waar men uitbundig van wordt, maar het is wel een innerlijk verrijkende dag met veel overpeinzingen en bezinning’.
Het was een lange dag geweest waar:
‘In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row…’  (Lt. Kol. John MacCrae)  

Verslag Daniël Van Renterghem


 

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | gastenboek | feedback