Mark De Bie

Maximiliaan & Charlotte

Elisabeth-Marie

Charlotte of Belgium

Erzi

Keizerin Charlotte of Mexico

 

Leopold Petznek

 

 

 

LEDENVERGADERING VAN 8 NOVEMBER 2016

“De vrouwen van Laken: deel II”

Door: Mark De Bie

stamboom koningshuis België

Onze voorzitter kon het bij een zeer korte voorstelling van de spreker houden want de meesten van ons hadden zijn eerdere voordrachten over ons koningshuis bijgewoond.
De heer De Bie zou het ditmaal hebben over Charlotte, dochter van Leopold I en zuster van Leopold II, en over Elisabeth Marie de dochter van aartshertog en kroonprins Rudolf van Oostenrijk en prinses Stefanie, dochter van Leopold II.
Hij begon met Charlotte. Bij haar geboorte op 7 juni 1840 had vader Leopold I op een zoon gehoopt maar het was een dochter. Hij was zo ontstemd dat hij pas na twee weken het meisje bezocht. Toen hij haar zag, was hij zodanig onder de indruk van dat ‘schoon boeleke’ dat hij er ging van houden.
Toen Charlotte 10 jaar was, stierf haar moeder, Louise Marie. Door het wegvallen van haar toeverlaat verloor ze alle affectie met haar familie en stortte zich op haar verdere verstandelijke ontwikkeling en godsvrucht.
Ze ging daar ver in. Ze studeerde talen (een 8-tal), bestuurszaken en onderhandelingstechnieken en belandde zelfs in het spiritualisme. Ze kreeg ook bipolaire stoornissen (manisch-depressief) en dan begon ook haar drang naar het extreme. Zij moest en zou koningin worden!
Wat ze daarnaast niet kreeg was seksuele voorlichting, een hiaat want ze had op 16-jarige leeftijd al een paar aanbidders, zoals kroonprins George van Saksen maar ook koning Pedro V van Portugal, een volle neef.
Zij werd echter verliefd op aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk en kreeg van haar vader, de koning-koppelaar, de zegen. Hij had ze niet gekoppeld maar Maximiliaan was een goede partij en hij was daarbij te oud (en te ziek) om zich nog te bemoeien. Op 27 juli 1857 huwde ze (nog geen 18) met Max en trok in te Wenen. Daar kreeg ze de steun van haar schoonmoeder Sofie ten nadele van de andere schoondochter, keizerin Elisabeth (Sissi). Deze kreeg een grondige hekel aan Charlotte en bewerkstelligde bij de keizer dat Maximiliaan naar Milaan werd gestuurd. Hij trad er op als landvoogd van het koninkrijk Lombardije-Venetië. Toen de koninkrijkjes ten zuiden van de Alpen in 1859 werden verenigd in één koninkrijk Italië, verloren Max en Charlotte hun functie en ze verhuisden naar het kasteel Miramare nabij Triëst. Toen Frankrijk in die jaren naar koloniën zocht, kwam Mexico in zicht. Napoleon III zou van Mexico een protectoraat maken, meer nog, hij maakte er een marionettenkeizerrijk van. Hij bood Maximiliaan de keizerskroon aan, maar die aanvaardde hij pas in 1864 onder dwang van Charlotte. Met haar idee-fixe om te leiden nam zij al direct de titel keizerin Carlota aan. Waar Max het goed meende met zijn onderdanen, ging het Carlota om de grandeur. De Mexicanen mochten hen niet, zij waren er niet welkom, maar de Fransen beschermden hen. De Franse troepen konden Mexico niet volledig onderwerpen en eind 1865 begonnen de republikeinen van president Juárez een tegenoffensief. Dat en ook de dood van haar vader brachten haar inmiddels aan de drugs: opium, cocaïne en indiaanse geestesverruimende middelen. Ze vroeg steun in de strijd en Belgische militaire vrijwilligers die in Oudenaarde gelegerd waren trokken naar Mexico, waar ze onder leiding van luitenant-kolonel Alfred Van der Smissen in La Loma de Tacámbaro een kleine overwinning boekten. Het mocht allemaal niet baten en de Fransen trokken zich in 1866 terug. Charlotte vroeg hulp aan de Verenigde Staten, maar die hadden er geen oor naar want zij aasden ook op Mexicaans grondgebied. Zij richtte haar hoop op Europa en trok van hof naar hof om hulp smeken, zelfs naar Vaticaanstad bij paus Pius IX. Maar ze ving overal bot. Tijdens die bezoeken gaf ze al tekens van wanhoop en krankzinnigheid. Vanuit Vaticaanstad werden het Belgisch en het Oostenrijks hof verwittigd van haar toestand. Op 31 juli 1867 werd ze door de hoofdgeneesheer van de Geelse Rijkskolonie opgehaald en werd er behandeld, met de diagnose dat ze was vergiftigd. Ze schreef in die periode ‘250 waanzinsbrieven’ aan Max, die nooit werden verzonden. De brieven waren geniaal in hun waanzinnigheid. Haar echtgenoot was toen al in Mexico gevangengenomen, berecht en op 19 juni 1867 gefusilleerd. Leopold II liet zijn zus naar Laken komen. Om Charlotte te sparen mocht haar personeel niet rouwen, pas bijna een jaar later bracht men haar op de hoogte van zijn dood. Ze kreeg sindsdien vlagen van hysterie en woede, afgewisseld met heldere momenten. Ze kon niet in Laken blijven en ze betrok een paviljoen in Tervuren. Toen het paviljoen in 1879 afbrandde, verhuisde ze met haar hofhouding naar het kasteel van Bouchout te Meise.
Ze bleef tot haar dood volhouden keizerin van Mexico te zijn. Aan de ingang van kasteel hing een bord:
Hier woont hare Majesteit de Keizerin van Mexico; schoonzus van zijne Keizerlijke
Majesteit; Franz Jozef, Keizer van Oostenrijk; Koning van Hongarije.
Bij de inval van de Duitsers in 1914 gaf de Duitse keizer de troepen expliciet het bevel de schoonzus van de Oostenrijkse keizer te sparen. Charlotte overleed te Meise op 19 januari 1927 en werd bijgezet in de koninklijke crypte van Laken. Maximiliaan en Charlotte hadden samen geen kinderen, maar er deden roddels de ronde.
Op 21 januari 1867 werd op het Brussels stadhuis de geboorte aangegeven van een jongentje waarvan noch de moeder noch de vader gekend waren! Hij kreeg de naam Maxime Weygand. Rara, wie waren de ouders?
Er werd gesuggereerd dat Charlotte de moeder was en luitenant-generaal Alfred Van der Smissen de vader.
Koning Leopold III heeft zich daar ooit eens over versproken maar werd alras officieel tegengesproken.
Maxime Weygand groeide op in Frankrijk en was opperbevelhebber van het Franse leger tijdens de Slag om Frankrijk in 1940. Hij stierf in Parijs op 28 januari 1965.
Na de pauze had de heer De Bie het over Elisabeth Marie van Oostenrijk.
Ze werd geboren op 2 september 1883 en werd algauw Erzsi genoemd (van het Hongaarse Erzsébet). Op haar 6de pleegde haar vader Rudolf in Mayerling zelfmoord. Op haar 15de begon Erzsi vragen te stellen over haar vader en had ze geen goeie band meer met haar moeder. Erzsi was 17 jaar toen haar moeder hertrouwde met de Hongaarse graaf Elmer van Longyay de Nagy-Lonya. Hierdoor verloor haar moeder de status van 1ste hofdame en Erzsi werd 1ste hofdame. Ze begon te leven volgens haar instincten en extreme hartstochten. Ze zag alles groot, en ze werd daarnaast fysiek ook letterlijk groot: 1,90 m. Onder de vele huwelijkskandidaten koos ze zelf cavalerieofficier Otto Weriand zu Windisch-Graetz, maar deze weigerde. Op 18-jarige leeftijd ging ze nog eens aandringen bij Otto maar hij had er nog geen zin in en Erzsi dreigde ermee zelfmoord te plegen.
Daarop verplichtte keizer Franz Jozef (als diens opperbevelhebber) Otto met Erzsi te trouwen. In 1902 kreeg hij de titel van prins en ze huwden; koning Leopold II weigerde het huwelijk bij te wonen. Erzsi verloor door dat huwelijk haar aanspraak op de troon. Otto ging echter zowat zijn eigen gang. Vóór de huwelijksperikelen opdoken kregen ze twee zonen: Franz Joseph (1904-1981) en Ernst Weriand (1905-1952). Otto scharrelde een liefje op (een operazangeres) en Erzsi schoot ze neer, ze overleefde maar het incident werd verzwegen.
Otto wilde niet scheiden en trachtte zijn huwelijk te redden: er werd een derde zoon geboren, Rudolf Johannes (1907-1939). De geboorte van een vierde kind, Stephanie Eleonore (1907-1944), bracht ook geen redding.
Alle verdere verzoeningspogingen liepen spaak en nadat Erzsi Otto trachtte te vermoorden (ze schoot weer mis) gingen ze apart wonen maar kwam er geen officiële scheiding. Zij trok naar een eiland nabij Triëst. Op haar dertigste maakte ze er kennis met marineofficier Egon Lerch. Ze gooide alles overboord voor de vrije liefde met Egon. Als duikbootcommandant wilde hij zich onderscheiden en een oorlogsheld worden. Begin augustus 1915 kwam hij om in de Golf van Venetië bij een torpedoaanval op vijandelijke slagschepen. Zijn U-12 werd zwaar beschadigd en ontplofte, alle bemanningsleden kwamen om, waaronder hijzelf. Erzsi kwam terug naar Wenen en vestigde zich in kasteel Schönau. Na WO I werd Oostenrijk een republiek. Otto had geen steun meer van het hof en de scheidingsprocedure werd ingezet. Otto kreeg het hoederecht over de kinderen, maar deze weigerden met hem mee te gaan. Erzsi ging in beroep. Via haar advocaat kwam ze in contact met de sociaaldemocraat (socialist) Julius Deutsch, een rode rakker. Door hem werd ze een socialistische voorvechtster, een pittige militante; ze werd ‘de rode aartshertogin’ genoemd. In 1921 begon ze een romance met de Duitser Leopold Petznek. Ze zette ook haar gevecht verder voor het hoederecht van de kinderen en kreeg daarbij de steun van de socialisten. Otto gaf de strijd op. Ze verkocht kasteel Schönau aan de socialistische partij en kocht een kasteel in Hutteldorf ook nabij Wenen en betrok het met de kinderen. Tijdens WO II werd Leopold Petznek gevangengezet in het concentratiekamp van Dachau. Hij werd in 1945 bevrijd en in 1948 huwden Erzsi en Leopold. Hij stierf op 27 juni 1956 in Wenen. Erzsi stierf ook in Wenen op 16 maart 1963, als rasechte
socialiste. Ze werd niet bijgezet in de Kapuzinergruft bij de Habsburgers (waar haar moeder Stefanie wel ligt). Ze kreeg een bescheiden graf op het kerkhof van Hutteldorf, met de vermelding Elisabeth Petznek 1883-1963.
Over de kinderen van Erzsi: de oudste, Franz Joseph, en de jongste, Stephanie Eleonore, schopten het ver, de overige twee hadden minder succes. Ernst Weriand werd houtvester in Kenia en Rudolf Johannes werd tramconducteur. Fee (Stephanie) kwam regelmatig naar het Belgisch hof en bij nonnetjes in Brugge. Ze bleef hier hangen en trouwde met graaf Pierre d’Alcantara di Querrieu.
Spreker had ons weer kennis laten maken met twee aan Laken verwante vrouwen. Hun levensloop had veel gemeen met die van nog andere vrouwen van Laken. De heer De Bie had ons de gehele namiddag zodanig geboeid dat er bij de toehoorders zelfs geen tijd was voor een kuchje. Onze voorzitter dankte hem dan ook hartelijk en nodigde hem meteen uit om ons volgend jaar (november) over koning Albert I te komen vertellen.
Voor zijn spreekbeurt en de belofte terug te komen kreeg de causeur een verdiend applaus.

Verslag: Daniël Van Renterghem      


 

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | gastenboek | feedback