Dirk Musschoot

Wrak Titanic

Wrak Titanic

Jules Sap

Reddingsloep

Titanic_zinking

Museum Titanic

 

 

 

LEDENVERGADERING VAN 10 APRIL 2012

“100  jaar  TITANIC – Het verhaal van de Belgen en de Nederlanders”

Vaarroute Titanic

Van en door Dirk Musschoot

Zondagnacht 14 april 1912. Noord-Atlantische Oceaan. 41°N, 49°W. Volle maan. Biljarteffen zeespiegel. IJsberg. S.S. Titanic. 23.40 uur. Gekraak, gestamp. Scheepsramp!

Over deze grote ramp en de Belgische en Nederlandse opvarenden kwam de heer Dirk Musschoot ons vertellen.
Hij begon met de vraag: “Waarom de grootste pakketboot bouwen?”. Antwoord: “Uit pure concurrentie”.
De concurrentie ging vooral tussen de twee Engelse rederijen Cunard Line en White Star Line.
Cunard had op dat ogenblik de twee grootste schepen in de vaart, de Mauretania en de Lusitania, deze laatste had zelfs de Blauwe Wimpel voor de snelste overtocht naar New-York. Maar het ging de White Star Line niet om sneller te zijn maar ‘Groter, Hoger, Luxueuzer’ en de heerschappij.
Op een warme juliavond in 1907 besliste White Star Line drie zusterschepen te bouwen: S.S. Olympic, S.S. Titanic en S.S. Gigantic.
Het eerste kwam in 1911 al in de vaart en deed tijdens WO I vooral troepentransport, in 1935 toen de grote emigratiegolf naar Amerika stilviel werd het definitief aan de kade gelegd. De Titanic begon zijn maidentrip op 10 april 1912. Na de ramp met de Titanic was de geplande naam Gigantic voor het derde schip niet meer zo gepast. Toen het in 1914 van stapel liep gaf men het de naam Britannic. Het kwam in volle oorlog (1915) in de vaart en deed dienst als hospitaalschip, het werd in 1916 getorpedeerd.
Dan ging het verder over de Titanic en zijn passagiers en meer bepaald over de 27 Belgische en 3 Nederlandse.
Dirk legde vooral de nadruk dat de echte Titanic-story alles behalve die is welke de films ons voorschotelen.
Hij ontkrachtte het romantische en fictieve van de films met de koude, rauwe werkelijkheid.
De passagiers waren niet allen steenrijk, de meesten waren arme stakkers die werk en fortuin zochten in de nieuwe wereld, emigranten. Ze moesten het geld voor hun overtocht bijeenschrapen en reisden 3de klas. (Wat zij ook nog als luxueus beschouwden.)
We kregen het verhaal hoe de passagiers aan boord kwamen. Velen hadden er al een bootreis opzitten naar de plaats van afvaart, Southampton. Van daar ging het naar de inscheephavens Cherbourg en Queenstown (het huidige Cobh aan de Ierse westkust) met bestemming New-York.
In Southampton zouden er 27 Belgen aan boord gaan maar twee van hen werden geweigerd omwille van een oogziekte. In Cherbourg scheepten er nog twee Belgen in. Na de stop in Queenstown begon op 10 april 1912 de overtocht.
Zondagnacht 14 april, 23.40 uur, de Titanic ramt een ijsberg. Maandagmorgen 15 april, 2.20 uur, het ‘onzinkbare’ schip zinkt naar de 3800 m diepe zeebodem. Van de 27 Belgen die aan boord waren komen er 20 om. Geen één van de drie Nederlanders overleeft de ramp.
Van de ramp zelf zijn geen foto’s gevonden, deze werd dan maar weergegeven met illustraties. Illustraties die de werkelijkheid geweld aandoen. We zagen projecties van dingen en situaties die niet konden.
Zoals: de Titanic met vier rokende schouwen; kon niet want de vierde was nep. Een fanfare die ‘Nearer, my God, to You’ speelde en waarbij de passagiers rustig meezongen; er waren welgeteld 8 muzikanten aan boord en het waren allemaal strijkers, een kwintet en een trio; dus geen fanfare. Bemanningsleden die te water liggen met hun pet nog op. En nog meer van die absurditeiten.
Dan volgde het verhaal eigen aan ieder van de omgekomen en overlevende Belgen.
De meest in rouw gedompelde gemeenten waren: Kerksken en Zwevezele.
De overlevenden, waaronder de zeven Belgen, werden opgevist door de S.S. Carpathia die om 4.15 uur die maandagmorgen de onheilsplek bereikte.
Dirk vertelde dan hoe het de overlevenden verder verliep. Daar waren er drie die in Amerika hun overlevingsverhaal te gelde maakten: Jules Sap, Theodoor De Mulder en Jean Scheerlinck. Hun manager, een zekere Sommeville, ging er met hun geld vandoor en ze kwamen terug naar België. Hier deed Jules Sap verder wat hij in Amerika begonnen was: zijn verhaal overal te lande gaan vertellen. In parochie- en cinemazalen bracht Jules zijn aangedikt en bijgekruid verhaal.
Verder haalde Dirk de merchandising aan die op volle toeren draaide. Zo verscheen er dertig dagen na de ramp in Engeland al een boek over de ramp. Er verschenen honderden boeken waarvan er slechts 4 authentiek waren. De rest was vertaalwerk, plagiaat en plakwerk. Er kwamen massa’s vervalste postkaarten uit.
Straat- en marktzangers sloegen munt uit hun liedjes over de ramp. In Nederland was dat het ‘Leger des Heils’.
Ook films lieten niet lang op zich wachten, de eerste was al te zien op 15 mei 1912. De meest geromantiseerde en fictiefste van allemaal moet wel die uit 1998 zijn met Kate en Leonardo.
Bij alles wat spreker vertelde werden er beelden geprojecteerd van authentieke documenten, foto’s en affiches en nog veel meer.
Hij sloot af met de verwijzing naar zijn boeken: ‘Vlamingen op de Titanic’ en zijn recentste ‘100 jaar Titanic’, alsook naar de tv-programma’s, waar hij al dan niet aan meewerkte.
Ook verwees hij naar de tentoonstelling ‘Vaart wel en tot laters’ die loopt in Haaltert (tot 15 mei) en naar die in het Maritiem Museum in Rotterdam, ‘Nederlanders op de Titanic’ (tot 17 juni).

Hierop kon onze voorzitter de heer Musschoot van harte danken voor zijn uiterst boeiende vertelnamiddag en hij kreeg daarbovenop een welgemeend en verdiend applaus.

                                                                                                                              Verslag: Daniël Van Renterghem

Noot van de verslaggever: op 31 maart 2012 werd in Belfast (Noord-Ierland), waar de Titanic werd gebouwd, een gloednieuw permanent Titanic museum geopend.


 

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | gastenboek | feedback