LEDENVERGADERING VAN 11 OKTOBER 2016

“Van Badstove tot Glazen Straatje”

Door: Sophie Huysman

Spreekster studeerde kunstgeschiedenis en kwam voor haar eindwerk in de geschiedenis van de prostitutie terecht. Gestaafd met beeldprojecties zou mevrouw Huysman die doorlopen van Adam tot heden.
Tot de katholieke kerk er een serpent van maakte was de eerste vrouw in de Hof van Eden een, door God geschapen, gelijke aan Adam: Lilith. Toen ze bij God in ongenade viel (ze weigerde onderdanigheid aan Adam) en na de creatie van Eva, werd ze het kwade in de Hof, de verleidster, een demon die op de mannen jaagt.
Ze wordt afgebeeld als een beeldschone maagd dat vanaf haar middel naar onderen in vuur en vlam staat.
Bij de vraag: “Dames van plezier = oudste beroep?” kregen we te horen dat de Romeinse legioenen gelegenheden kregen om aan hun trekken te komen bij dames die de legers volgden. Tussen haakjes: ook nu nog worden bij langdurige militaire missies die mogelijkheden geboden.
Tot de middeleeuwen was men opener over prostitutie. Toen dan de bijbel werd herschreven, verdween Lilith.
Van dan af werd seksualiteit met schroom bedekt, maar ontstonden er huizen waar men zijn lusten kon bevredigen, o.a. de badstoven. Er bestonden badstoven voor mannen, vrouwen en gemengde; in deze laatste werd na het baden ontucht gepleegd. Tijdens het baden werd genoten van een maaltijd met seksueel stimulerende of symboliserende ingrediënten. Badstoven lagen meestal nabij water. De Stoofstraat in Gent (zijstraatje Recollettenlei) is er een voorbeeld van en hield er haar naam aan over.
Vanaf 1530-1540 verdwenen de badstoven en verlegde de prostitutie zich naar de straat en binnenshuis.
Op het schilderij “Spreekwoorden” van Pieter Breughel de Oude staan vele symbolen afgebeeld die naar prostitutie en ontucht verwijzen. Ik haal er enkele aan:
‘De bezem uitsteken’ (zij die kussen onder een bezem plegen ontrouw).
‘Vrijen onder één dak, is ’t schande, ’t is gemak’.
‘Zijn haring braadt niet’.
‘Zij hangt hem de blauwe huik (kapmantel) om’ (zij bedriegt hem).
Om die huizen, herbergen, waar iets te doen viel te herkennen maakte men gebruik van symbolen: zoals de bezem die buiten wordt gezet, een vogel of vogelkooi aan de gevel of een varken als uithangbord.
Waar aan het raam een kaars brandde kon men terecht, ook bij vrouwen die met een kaars in een kooitje rondliepen (lichtekooien).
Andere symbolen zijn kleuren: groen en geel = ontrouw (geef dus nooit gele rozen aan je vrouw), rood = liefde.
Daarom zijn de gordijnen van de ontuchthuizen groen of rood.
In de schilderijen van Jeroen Bosch zijn ook vele symbolen i.v.m. ontucht en hoererij weer te vinden.
Toen Erasmus (1466-1536) over de mogelijke venerische ziekten schreef die bij prostitueebezoek konden worden opgelopen, keerden velen terug naar trouw aan moeder de vrouw. Er kwamen ook stedelijke verordeningen maar de prostitutie verdween toch tot eind 18de eeuw in de clandestiniteit.
De Franse Revolutie bracht daar verandering in. Tijdens het Frans bewind werd in 1809 het ‘Règlement sur la prostitution’ uitgevaardigd. Deze reglementering beoogde slechts de registratie en medische controle van de prostituees. Bij herzieningen van het ‘Règlement’ ging men over tot het officialiseren van de bordelen en werden er ook meer persoonlijke gegevens genoteerd. Hieruit was af te leiden welke eerdere beroepen de vrouwen uitoefenden, het waren vooral spinsters.
Uit de voordracht van een versje bleek dat de vrouwen met spinnen hun boterham niet konden verdienen en dat dan maar deden door het verkopen van hun seksuele diensten.
De schilder- en schrijverswereld toonde en beschreef ook de wereld van de prostitutie, b.v. Toulouse-Lautrec,  Degas, Emile Zola (Nana) en in recentere tijden Louis Paul Boon in veel van zijn werken.
Door het officialiseren begonnen in het midden van de 19de eeuw de ‘Maisons de Société’ publiciteit te voeren, door middel van prachtige affiches en visitekaartjes.
Tijdens WO I was de prostitutie sterk aanwezig in de Westhoek, vooral daar waar de frontsoldaten terug op krachten (?) kwamen. In de bezette gebieden structureerden en reglementeerden de Duitsers de prostitutie.
De Gentse Kouter was een oefenterrein voor de Duitse soldaten en in de nabijgelegen Vlaanderenstraat ontstonden de eerste huizen van plezier. Uiteindelijk kreeg men een concentratie van dergelijke huizen in de aanpalende Pieter Vanderdoncktdoorgang; die nu in de volksmond het Glazen Straatje wordt genoemd.
In 1931 vaardigde de stad Gent het ‘Reglement op de ontucht’ uit. Het bevatte 13 artikelen waarvan het 13de verbood: - betrekkingen te beginnen of te onderhouden met lieden onder de achttien jaar. Vandaar dat er nu nog in de meeste bordelen een kaartje voor het raam hangt: Niet beneden de 18 jaar.
In 1948 schafte de Belgische wet alle reglementering rond prostitutie af, waardoor het ‘oudste beroep’ terug in een schemerzone terechtkwam.
Mevrouw Huysman vertelde ook nog enkele hedendaagse weetjes.
Er beoefenen in ons land 15.000 tot 18.000 vrouwen het oudste beroep ter wereld.
Er bestaan convenanten omtrent de prijs (in ieder bordeel dezelfde prijs: b.v. € 100 per kwartier).
De meisjes doen shiften van 8 uur. Het werken met of zonder condoom. De vitrines worden verhuurd per dagdeel. De meeste  dames zijn gehuwd en hebben één kind. Het beroep gaat over van moeder op dochter.
De prostitutie is geëvolueerd naar escortes, zowel vrouwelijke als mannelijke. Callgirls en callboys. Er wordt ook gesproken over Roze balletten en appartementsprostitutie (diensten aanbieden via de krant).
Escortebureaus ronselen onder de studenten!
Veel van de mannen gaan naar de meisjes om te praten en niet voor de daad.
Verbod is nutteloos want prostitutie blijft bestaan!
Als slot kwam Patsy Sörensen en het werk van Payoke ter sprake (inzet voor prostituees en slachtoffers van mensenhandel).
Een laatste versje begon met: “Er was eens een meisje, dat werd verleid door een grijsje …”
en eindigde met: “ … en nam contact met Payoke.”
Mevrouw Huysman had ons met haar causerie wat meer inzicht gebracht in de geschiedenis van de prostitutie.
Ze kreeg van de toehoorders een welverdiend applaus en van onze voorzitter een welgemeende dank.

Verslag: Daniël Van Renterghem


 

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | gastenboek | feedback