Jacques Lesage

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LEDENVERGADERING VAN 14 OKTOBER 2014

‘Cursiefjes, spiegels van het leven’

door Jacques Lesage.

De heer Lesage begon met het duiden van wat een cursiefje inhoudt: het kan ernstig zijn, humoristisch (monkelplezier), kolder (absurd), satirisch of/en emotioneel, en gaat over waargebeurde feiten.
Het moet herkenbaarheid van de personages en de gebeurtenissen creëren; we herkennen altijd wel iemand, uitgezonderd onszelf. Dan gaf hij de historiek van de cursiefjes: eerst sprak men dus over cursiefjes, dan werden het opeens stukjes en heden ten dage zijn dat columns. Ze gaan allemaal over hetzelfde: dagdagelijkse gebeurtenissen waaronder o.a. ook de sport, cf. de columns van de Nederlander Jan Mulder.
Verder gaf hij een korte opsomming van de meest gekende stukjesschrijvers van toen en nu.
Bij ons zijn dat o.a.: Jos Ghysen (Het Schurend Scharniertje), Louis Verbeeck (Portretten zonder retouche), daar zijn ook Gaston Durnez en, jawel, Louis Paul Boon bij. Recenter is dat Jaak Dreesen (De Bond) en de huidige zijn: Annelies Rutten (Het Nieuwsblad), Fien Sabbe (De Morgen), Jean-Paul Mulders (Knack Weekend) en de reeds genoemde Jan Mulder (dag- en weekbladen).
De grote namen bij onze noorderburen zijn: Simon Carmiggelt (Kroeglopen), de peetvader én de moeder van alle cursiefjesschrijvers, Godfried Bomans (Kopstukken) en Kees van Kooten (Tijdloos Ouderwets).
Tussen 1990 en 2000 schreef onze spreker ook een 50- à 60-tal cursiefjes. De essentie van het tot stand komen van een cursiefje is: kijken, waarnemen, observeren, ervaren en inleven. De observaties gebeuren op alle plekken en plaatsen maar vooral op café (volkscafé), zowel binnen als op het terras. Bij de heer Lesage was dat ook zo. Van zijn stukjes las en animeerde hij er ons een dozijn.
Het eerste droeg de titel ‘De Zolder’: waarin hij bij het zogenaamd opruimen van zijn zolder verzinkt in de magische spiegel van het verleden bij het zien en inkijken van alles wat er ligt, staat en rondslingert.
In ‘180 jaar’ vertelt en beschrijft hij het ontroerende van een bijna woordeloze conversatie tussen twee stokoude mensjes, allicht man en vrouw.
‘De Kleurentelevisie’ is het verhaal van een miseriemens die zijn problemen rondbazuint. Dat zijn vrouw hem liet zitten daar nog aan toe maar dat ze de kleurentelevisie had meegenomen was er te veel aan.
‘Sint-Jozef’ ging dan over de risico’s die je loopt als je figureert in een levende kerststal. Je staat bloot aan gênante en schimmige opmerkingen uit het publiek (meestal door bekenden).
Met het 472 bladzijden tellend boek: ‘Nederlandse Spreuken, Zegswijzen en Spreekwoorden’ onder zijn neus had hij een cursiefje gepleegd met enkel aanhalingen uit voormeld boek. Het is een echte kolder.
‘Nieuwjaarsvisite’ doet dan het herkenbare verhaal van Mieke die tussen alle neefjes en nichtjes, nonkels en tantes het moeilijk heeft, ja er zelfs niet toe komt, haar nieuwjaarsbrief op te zeggen. Een voor velen van ons bekend fenomeen.
Na de koffiepauze ging het eerste stukje over ‘Mannen’. Vriendinnen halen tijdens een kransje het dagelijks doen en laten van hun echtgenoten over de hekel.
‘De 1ste fuif’ weerspiegelt de onrust van de ouders (vooral bij de vader) als dochterlief voor de eerste maal een avondje uit is. Als het om de zoon gaat is er minder onrust.
In ‘Trouwen’ kregen we weergaloos te maken met de beslommeringen van de ouders bij het regelen van het huwelijk van hun kind (met herhaling bij het huwelijk van de overige kinderen).
‘Sponsors’ blikt vooruit naar een tijd waarin we naar sponsoring zullen evolueren. Alles wat de aandacht trekt zal dienen om aan te bevelen, te steunen, om er zelfs levenskosten mee te dekken. Het was een opsomming van sponsoringmogelijkheden voor zowel individuen als instellingen. Pure kolder.
‘Inviteren’ is dan het verhaal van eindeloze discussies die er ontstaan na het besluit om mensen (familie, vrienden of kennissen) te inviteren. Over het wat en hoe voor b.v. een etentje.
Om het dozijn vol te maken deed voordrachtgever een opsomming van gênante situaties waarin iemand of wijzelf wel eens kunnen terechtkomen. Ieder van ons heeft in zijn leven wel eens zo’n moment meegemaakt.
Daarmee werd een boeiende namiddag van vertelde cursiefjes afgesloten. We hadden genoten van meeslepende weerspiegelingen waarin we vooral anderen hadden herkend, maar toch ook onszelf.
De heer Lesage had ons bij eerdere voordrachten al verbaasd als onnavolgbare kunstenaar met het gesproken woord maar hij blijkt ook nog een goochelaar te zijn met het geschreven woord.
Zij die er niet bijwaren hebben heel wat gemist!

Verslag: Daniël Van Renterghem.  


 

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | gastenboek | feedback