WANDELVERSLAG

Wandelverslag van vrijdag 3 juli 2015 te Lembeke.

‘Lembeekse bossen’-wandeling

Een hitteschok met epicentrum in de Sahara veroorzaakte een tsunami van heteluchtgolven die in onze contreien aanrolden. Toch waren er nog 14 wandelaars die onvervaard tegen de hitte kwamen optornen.
Onder hen mochten we Herman, (jawel, Herman van de telefooncentrale) voor de eerste maal verwelkomen en hij bleek een doorwinterde stapper te zijn.
Van op de parking van het Bardelaeremuseum in de Ledestraat leidde Tonny en Gisèle ons langs Bardelaere naar het Lokerpad dat ons volop in de bossen bracht. Links, rechts en boven beschermd tegen de felle zon trokken we door het Lokerpad, staken de Antwerpse Heirweg over en liepen in een ruime boog naar het pad dat regelrecht door de Kwadebossen naar de wijk Oostmoer in Waarschoot loopt. Zowat halverwege het lange pad kruisten we de Burggravenstroom, dit ondiep water werd bevaren door bargies of barges, barken. De platte schuiten voeren vanuit Gent via Langerbrugge en Kluizen naar de Kwadebossen in Waarschoot om er hout op te halen voor de Gentse bakkers. Toen de bargie naderde werd de scheepsbel geluid opdat de laders zouden weten dat er te sjouwen viel. Dat zijn verklaringen waarom de Kwadebossen ook Bellebargiebossen of Bakkersbossen worden genoemd.
Aan het eind van het pad had Tonny zijn wagen geparkeerd met koelboxen vol flesjes water en dozen gesneden watermeloen. Iets meer verfrissends konden we niet wensen. Na de verkwikkende laafbeurt trokken we terug de bossen in, langs alweer een kaarsrecht pad. Aan het einde ervan namen we de rechtse afslag naar het Meistraatje waar we de ‘Bevende hazelaar’ met kapel konden zien. Een hazelaar die eigenlijk een (tril-)linde was. Ik schrijf ‘was’, want de eeuwenoude linde is enkele jaren geleden van ouderdom omgevallen en er staat nu een iel boompje met het Onze-Lieve-Vrouwkapelletje ervoor. Maar iele boompjes worden stoer en struis.
We volgden het Meistraatje links en staken terug de Burggravenstroom over waar we links van ons het Kaprijks Vaardeken in de stroom zagen uitmonden. Het Vaardeken bracht de bargies nog verder het Meetjesland in.
We stapten verder tot aan het eerste kruispunt van bospaden. We draaiden er rechtsop en passeerden het jachthuis Rivo Torto (letterlijk: krom water); we liepen op de rand van de Lembeekse bossen.
In de nabijgelegen akkers werden silex pijlpunten opgegraven uit de late Steentijd, daar achtergelaten door jagersnomaden. Tonny bleef met ons op een kronkelend pad in de lommer van de bossen want het zandpad langs de bosrand brandde. Het tweede pad voorbij het jagershuisje volgden we links tot aan de Antwerpse Heirweg die echt de Lembeekse bossen doormidden snijdt. De snelweg van toen zou van Gallo-Romeinse oorsprong zijn en liep van Oudenburg (Oostende) naar Antwerpen. We draaiden de heerweg links op en stapten de dreef af tot aan het ‘kaartershuisje’ waar in de zomer het ‘Lembeeks parlement’ samenkomt. Daar ging het rechtsaf naar Camping Mulpertuus toe, langs de camping trokken we naar de Heihoek met in de Tragelstraat de Kapel Onze-Lieve-Vrouw van Troost en Vrede. De kapel werd kort na de Tweede Wereldoorlog opgetrokken als dank omdat Lembeke weinig schade had opgelopen. Tegenover de kapel staat aan de overkant van de dreef een mini Lourdesgrot. Van de Tragelstraat kwamen we in de Ledestraat en was het nog maar een flinke boogscheut tot aan het Bardelaeremuseum. Op het terras van het bijhorend cafeetje begon het pas warm te worden, maar Gisèle had voor troost gezorgd, ze had taartenbak gehouden. En daarbovenop trakteerde de kring met een bijhorend drankje.
Na een lange recuperatietijd leidde onze oud-collega Firmin Van Durmen, als vrijwillig medewerker van het museum, ons rond in de museumgebouwen en op het museumdomein (het oude boerenhof).
Het Bardelaeremuseum is een streekmuseum met een schat aan ambachtelijke voorwerpen, landbouwalaam en huisraad uit vervlogen tijden. Het bezit meer dan 16.000 collectiestukken, verdeeld over 112 verschillende beroepen en is ondergebracht in drie gebouwen. Naast die gebouwen doet de oude boerenwoning dienst als volkscafeetje met terras. Buiten staan en liggen tussen en rond de gebouwen oude landbouwmachines, boerenkarren, een bunker uit WO I, een sprookjestuin en een volkskunsttuintje, zelfs ook een kerkhofje met authentieke zerken. Binnen gaan de tentoongestelde voorwerpen van a tot z: van een automatisch muziekorgel over camera’s en fototoestellen tot kledij, smokkelaarklompen, snorkopjes, wastobbes en dies meer.
Verspreid over het domein staan en hangen bordjes met humoristische opmerkingen en gezegden. Ik citeer er eentje: “Wegens klachten over de service, is er geen service meer.”
Tonny en Gisèle kregen dan ook onze dank voor de geslaagde combinatie van natuur en cultuur.

Verslag: Daniël Van Renterghem     


 

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | gastenboek | feedback