WANDELVERSLAG

Verslag wandeling van donderdag 10 december 2015 te Opbrakel.

‘Zwalmbronnen wandelroute’

Voor de laatste wandeling van het jaar kwamen er 20 deelnemers opdagen aan de Sint-Martinuskerk.
We verlieten de gerenoveerde dorpskern langs de zijkant van de kerk en kwamen op het J. Sadonespad dat afzakt naar de weg Brakel-Ronse.
Jozef Sadones (1755-1816) was een gekend Opbrakelse volkszanger. Hij schreef ongeveer 3000 liedjes waarin hij oog had voor de actualiteit,  allerlei populaire thema’s en voor de schoonheid van de Vlaamse taal.
We kruisten de grote weg en kwamen in de vallei terecht van de Molenbeek en de Vaanbuikbeek. Om de vallei te verlaten moesten we klimmen en hier stak Guy zijn wandelsticks rond mijn polsen. Dat waren welkome hulpmiddelen want mijn conditie van de dag was nul komma nul.
Het J. Sadonespad kwam uit op Riebeke, alwaar in de 14de en 15de eeuw de gelijknamige hoeve stond en waarvan de bewoners Van der Riebeke noemden. De familie trok op het einde van de 15de eeuw weg uit Opbrakel en waarschijnlijk waren dat de voorouders van Jan Van Riebeeck die in 1652, in dienst van de Oost-Indische Compagnie, aan Kaap de Goede Hoop de Kaapkolonie stichtte.
We volgden Riebeek rechts tot aan Gauwinkel, die we links introkken. Die liepen we op tot een veldwegel aan de rechterkant. De trekweg bracht ons nog hoger naar de Hellenhoek, waar we de Roosmeerbeek kruisten, en nog hoger trokken tot aan de Kanakkendries. Hier hadden we een prachtig uitzicht op de uitgestrekte omgeving.
Guy vroeg wat Kanakken betekende maar iedereen moest het antwoord schuldig blijven en veel zoekwerk thuis heeft niet echt iets concreets opgeleverd. We moeten hem het antwoord schuldig blijven. Het zou een verbastering van Kanaak kunnen zijn, een bevolkingsgroep die hier misschien destijds leefde, maar om dat te achterhalen zouden we zwaar in de archieven moeten duiken.
We zijn de Kanakkendries verder opgeklommen naar de Wolvenweg waar aan de linkerkant een voetpad uitkwam die ons naar de verharde Hul bracht, waar we rechts afsloegen.
We kwamen in Rovorst aan de voetbalvelden van F.C. Zegelsem. Hier kon een eerste inkorting genomen worden, en twee deden dat. Langs de Weistraat en links, de met kinderkoppen geplaveide, IJskelderweg bereikten we Wolfskerke met Hof-te-Wolfskerke  uit omstreeks 1177.
We volgden Wolfskerke tot aan een pad aan de rechterkant dat naar de Zwalmstraat loopt. Hier was een tweede inkorting mogelijk; drie, waaronder ik, zijn rechtdoor gestapt. De anderen zijn langs het pad verder getrokken naar D’Hutte, een wijk die bij de vastlegging van de taalgrens in 1963 van Vloesberg (Flobecq) naar Opbrakel werd overgeheveld.
‘Daar namen we links een voetwegel richting de weg Brakel-Ronse. De voetweg dwarst de Rowaterbeek, nog een beekje die de bovenloop van de Zwalm vormt. Aan de overkant van de grote weg namen we de veldwegel Landuit. Hier hadden we een kijk op het Hof-ten-Bossche en Brakelbos. Het hof gaat als Herenhof terug tot ver in de Middeleeuwen en behoorde toe aan de adellijke familie Van Brakel en is genoemd naar ‘Court-au-bois’. In Brakelbos ontspringt de Sassegembeek. De Landuitweg kruist de Pieter Hoelmanstraat en wij gingen rechtdoor Pullem in, die overgaat in een voetwegel.
Pieter Hoelman behoorde in het midden van de 17de eeuw tot de kleine groep ‘geleerden’ van Opbrakel.
De voetweg Pullem  kruist de Sassegembeek en wij klommen langzaam naar een mooi panoramisch vergezicht. 
Pullem komt uit op de Maaistraat, waar wij rechts namen om in de Leinstraat te komen. Daar trokken we rechts tot aan Fransbeke waar we links indraaiden; we hadden er een zicht op Hof-te-Fransbeke uit 1571.
In 1651 bestond de hofstede uit vier gebouwen in gesloten orde, nl. een grote schuur, twee stallingen en het woonhuis, dat vlakbij de Dorenbosbeek stond. In 1950 en 1972-73 werden aan de Leinstraat voorwerpen en handwerktuigen in silex opgegraven, getuigenissen van prehistorische bewoning. De veldweg Fransbeke volgend kwamen wij aan Tenbergen uit die we links afliepen tot aan de Leinstraat. Daar was het rechts meedraaien en blijven volgen tot deze ter hoogte van de Sint-Lietbertusdreef overgaat in de Sint-Martensstraat.
Sint-Lietbertus is wel de roemrijkste man van Opbrakel. Geboren uit de adellijke familie Van Brakel werd hij rond 1010 de 32ste bisschop van Kamerijk-Atrecht (Cambrai-Arras). Hij stichtte of hervormde abdijen. Omstreeks 1054 trok hij samen met honderden voorname personen uit Vlaanderen en Picardië naar Palestina op bedevaart. De Muzelmanse vorst ontzegde hun echter de toegang tot Jeruzalem.
Aan het einde van de Sint-Martensstraat lag het eindpunt van de wandelroute, doch er werd flink doorgestapt tot aan café De Club.’ (Guy)
De wandelroute had ons langs alle beekjes gebracht die tot de bovenloop of het bronnenbekken van de Zwalmbeek horen. Samen met de, in het verslag aangehaalde, beekjes voedt er nog een spinnenweb van watertjes de snelstromende Zwalm. De route was dalen en klimmen door al die valleitjes, het was een zeer stevige wandeling geworden. Bij een stevige wandeling hoort een navenant drankje en dat werd dan ook, rustig neergevleid, geconsumeerd in De Club.
Guy en Marie-Claire hadden ons door een, voor velen van de wandelaars onbekend, prachtig natuurgebied geloodst. Een gebied waarvan we kunnen zeggen dat het in onze achtertuin ligt en toch onvoldoende gekend is.

Verslag: Daniël Van Renterghem
Verificatie en aanvullingen: Guy De Coninck  


     

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | gastenboek | feedback