WANDELVERSLAG

Verslag wandeldag van woensdag 3 oktober 2012 te Stekene.

‘Ontdek de natuurparels het Stropersbos en de Stropersroute.’

Een matige tot krachtige zuidwester. Laaghangende, grijze bewolking. Regen. Een gewone herfstdag. Maar toch geen gewone herfstdag, want we hebben dat alles getrotseerd en gewandeld.
Jawel, 15 waterbestendige dapperen waren aan de start voor de voormiddagwandeling langs de Veldkrekel- en de Koningswoudroute. De combinatie van een stuk van elk vormde onze voormiddagwandeling in het Stropersbos. Het bosdomein De Stropers is een deel van het oorspronkelijk bijna 400 ha groot bosgebied dat zich uitstrekt van Koewacht al over Stekene en Kemzeke tot Sint-Gillis-Waas. Het bosdomein was 80 ha groot waarvan er in het noordoosten 23 ha het statuut van natuurreservaat kreeg, de overige 57 ha kennen we nu als het Stropersbos.
We startten in de Stropersstraat aan Grand Café De Wal (met discutabel huisnummer). Edmond en Theo namen ons mee naar de overkant van de straat en we waren al direct in het Stropersbos op de in groene kleur bewegwijzerde Veldkrekelroute. Daar zagen we het oostelijke deel van de resterende wallen rondom het voormalig Fort Sint-Jan (gebouwd rond 1580). Gezwind en welgezind trokken we links een bospad op naar de habitat van de hier voorkomende veldkrekel: een lappendeken van elzenstruiken, heide en heischrale graslanden die begraasd worden door Gallowayrunderen.
Al vóór de start maakte Paul de opmerking: “Kijk, het begint al op te klaren”. Wel, je moet zeggen dat zoiets opbeurends meer moed geeft dan gezeur over regen, vandaar welgezind.
De Galloway’s, mensenschuw als ze zijn, lieten zich niet zien maar we zagen wel een troepje geiten (ik denk Alpensteenbokken). Er was een bok bij met een stel hoorns en een sik om tegen beide ‘U’ te zeggen. Na het oversteken van de Luisbeek volgden we die een eind langs een parallel pad en ontmoetten er een herderin met haar kudde schapen. Ook hadden we hier en daar Konikpaarden gezien (Kon is Pools voor paard, Konik = paardje). Zij hebben weinig of geen verzorging nodig en lopen het hele jaar buiten.
Waar de Veldkrekelroute rechts afslaat en de rode wegbewijzering van de Koningswoudroute rechtdoor aangeeft volgden we de rode bordjes en kwamen in het Koningswoud (Koninklijk Bos). Daarin bleven we de wandelpaden volgen tot in Sint-Gillis-Waas, meerbepaald tot in de bebouwde kom van wijk ‘t Kalf met zijn architectonisch moderne Onze-Lieve-Vrouwkerk uit 1961 aan de Zavelstraat. We zochten algauw terug de beschutting van het Stropersbos op. Ter hoogte van de Bedmarlinie (naar de markies van Bedmar) leidde Theo ons over een, met metalen rasterwerk versterkt, knuppelpad naar een reconstructie van de Wal. Het is geen watergracht maar een aarden wal. Zo kregen we een gedacht van hoe de wallen er hier destijds uitzagen.
De walgrachten rond Fort Sint-Jan dateren uit de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de aarden wallen langs de Linie werden opgeworpen tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701-1714), als verdediging van de Spaanse (Zuidelijke) tegen de Noordelijke Nederlanden.
We volgden de rode bewegwijzering tot we terug aan de groene kwamen, daar gingen we linksaf richting ons start- en eindpunt. Vooraleer het bos uit te stappen hielden we nog even halt bij de Reynaertbank waarop in gotisch schrift twee van de 3469 versregels staan uit het dierenepos ‘Van Den Vos Reynaerde’.
“Dats een de meeste wildernisse, (vs. 2582)  
Die men hevet in eenich rike.” (vs. 2583)
Ze slaan op de uitgestrektheid van het bos (woud) van toen.
We zijn er niet gaan op uitrusten want het regende te hard en zijn dan maar het Grand Café De Wal binnengetrokken voor een hap en bijhorende drank.
Tijdens de gehele duur van ons smakelijk etentje nog steeds een zuidwester en een grijze laaghangende hemel maar geen regen!
Voor de namiddagwandeling doorheen de waterwinningsgebieden ‘Sint-Jansteen’ en ‘De Wilde Landen’ waren we met 14 wandelaars. Etienne en Agnes, alsook Roel hadden verplichtingen in de namiddag, doch Maria en Herman kwamen erbij.
De wandeling situeerde zich langs de kant van Domein De Wal. Pas enkele stappen gedaan of daar was de regen terug. We trokken ditmaal langs de resterende westelijke wallen van Fort Sint-Jan, ze worden Zwemdok genoemd. We passeerden een volledig met eendenkroos bedekte plas en volgden verderop de Voorhoutbeek en gingen over de grens, niet figuurlijk maar letterlijk, we overschreden de Belgisch-Nederlandse grens. We waren in het waterwinningsgebied Sint-Jansteen; het omvat laaggelegen vochtige gronden doortrokken met grachten, beken en geulen.
Door een goed en netjes onderhouden gebied liepen we langs vele van die watertjes. In brede geulen groeide iets en het raden begon; het ging al over gele mosterd, waterkers en tuinkers (kresse) tot iemand zei dat het gewoon ‘bucht’ was. (Ik ben thuis even gaan speurneuzen en het zou wel eens om bladrammenas kunnen gaan.)
Aan grenspaal Nr. 283 kwamen we terug op de grens uit, in de Stekense Hellestraat; in Sint-Jansteen is het de Ellestraat. Voorbij de grenspaal waren we in het waterwinningsgebied De Wilde Landen. We draaiden er links af en stapten langs de grens en de Lekebeek tot we weer de grens overschreden om, terug in Stekene, de wijk Kemel in te trekken. Door de Leke- en Kemelstraat hebben we de rode pijltjes van het Hellepad gevolgd. Ondertussen had de wind mijn paraplu zo geteisterd dat hij rijp was voor het containerpark.
Aan de plassen langs de Luisbeek waren we in Bekaf, we hebben er het Hellepad verlaten en zijn, gegeseld door regen en wind, langs de beek verder getrokken tot aan het bosdomein De Wal. Dat lieten we rechts van ons liggen en liepen links- en dan rechtsop tot aan de Voorhoutbeek. Hier stonden vliegenzwammen als paraplu’s zo groot. Ware het niet dat het maar een boogscheut ver meer was tot het eindpunt van de wandeling, ik zou er mij zo een witgestipte donkerrode hoed met stevige stengel als regenscherm geplukt hebben.
We hebben het weer genegeerd en hebben twee mooie wandelingen gedaan; de voormiddagwandeling door bos en hei, de namiddagwandeling doorheen een gevarieerd landschap met waterpartijen, akkers, bossen en bebouwde wijken. Beide hadden hun eigen charmes.
23.863 stappen lang hebben we Theo en Edmond door weer en wind gevolgd; onze voorzitter was erdoor 31 gram vet kwijt.
Nu denken jullie allicht dat wij na zo’n regendag de ‘natste der Belgen’ waren. Niets van, we voelden ons eerder uitgedroogd en hebben daar aan verholpen in het Grand Café.
Daar kregen Edmond en Theo die de wandelingen uitstippelden en begeleidden (om de regeling van ons middagetentje niet te vergeten) een welverdiend applaus van de groep dapperen.

Verslag: Daniël Van Renterghem 


   

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | gastenboek | feedback