WANDELVERSLAG

Verslag wandeling van vrijdag 4 april 2014 te Wetteren-ten-Ede.

‘Wetteren-ten-Ede… het landelijke Wetteren’

Met 40 kwamen we opdagen om het landelijke deel van Wetteren te doorkruisen. Onder hen, zoals bij vele van onze vorige wandelingen, enkelen die we voor de eerste maal mochten verwelkomen; dat waren: Annemie, Daniël, de echtgenoot van Mia, en Jan met echtgenote Marleen.
Martine en Luc namen ons van aan Brasserie De Foute Peper op sleeptouw. We trokken rechtsaf langs de Wetterensteenweg tot juist voorbij Begraafplaats Voorde, waar we rechts de Voordestraat volgden naar de Schelde toe. Al vlug liepen we langs een ellenlange bakstenen muur die destijds het Goed Delvael omringde en nu het Bedrijventerrein Wetteren-Stookte ommuurt. Op het goed werd in 1778 door Jan Frans Cooppal een buskruitfabriek opgericht, in de streek sprak men over ‘’t poerkot’. Van hier werd er vanaf 1799 ‘poer’ uitgevoerd naar Amerika.
Op de plaats van de vroegere fabriek staat nu het chemisch bedrijf: Yjinomoto-Omnichem (ook gevaarlijk).
Met de Scheldedijk in zicht draaiden we eerst nog wat links mee langs de muur om dan toch naar de dijk te stappen. Daar splitste de groep zich spontaan in twee delen: een deel ging op de dijk lopen, het andere bleef beneden op het aardepad wandelen. Voorbij het natuurgebied De Ham sloegen we links af en kwamen in de Coopallaan waar we achter de kapel van het Scheppersinstituut overstaken om langs veldpaden en -wegels Overschelde te bereiken. Het Scheppersinstituut werd door de nakomelingen van Jan Frans Cooppal in 1876 opgericht als weeshuis voor de kinderen van de in de kruitfabriek (door ontploffingen) omgekomen arbeiders.
De Broeders van Scheppers namen in 1878 het weeshuis over en bouwden er de kapel, toegewijd aan de Heilige Barbara de beschermheilige van de fabriek en het weeshuis. Nu is het een scholencomplex.
Onze gidsen leidden ons verder door de Vennewegel en de Laerewegel langs het domein van het, door de Duitsers tijdens WO II in brand gestoken, Kasteel van Gransvelde. Op het einde van laatstgenoemde wegel kruisten we de Laarnesteenweg naar de Zavelstraat waar we rechts de Bochten instapten. We betraden weer veldpaden tussen landerijen en weiden en kwamen op de Laarnestraat uit die op grondgebied Laarne Boterhoekstraat heet. Deze volgden we links tot aan de Helschootdreef, een landwegel die ons naar de Termstraat bracht. Hier gingen we een eindje linksaf om dan ook links de Beelos in te stappen en aan het einde ervan terug links de Binnenwegel te nemen. We liepen wederom in een totaal groen landschap tot aan de Preekheerstraat. Daar draaiden we rechts af naar de Groenstraat en de Slagstraat, onderwijl passeerden we het recreatiedomein Prullenbos. De visvijver van Prullenbos is door een handvol kringleden welbekend omdat zij er van tijd tot tijd hun hengel uitwerpen in de hoop er de vangst van hun leven te doen.
De Slagstraat links volgend bereikten we langs het Spekbos de Voordestraat. Die stapten we in en na de groene zone van deze straat belandden we aan de industrieterreinen van Recticel en de Wetterenstraat. Aan de overkant van de straat lag de begraafplaats waar we kort na de start de Voordestraat rechts waren gevolgd.
Van daar was het nog een paar honderd meter naar Brasserie De Foute Peper. Daar verwerkten we niet alleen onze impressies maar werkten ook een pannenkoek met… naar binnen.
Tijdens deze zeer mooie, rustige landelijke wandeling dacht ik welgemoed aan: ‘Spring is in the air’.
Dat was de hele wandeling lang doorheen de uitgestrekte ongerepte natuurgebieden van Wetteren-ten-Ede aan alles te zien en te horen. Alom ontluikende bladerkruinen, bloeiende struiken, bloemetjes langs de grachtkanten en in de weides: dartelende paardjes, loeiende koetjes en kalfjes, mekkerende geitjes en blatende schaapjes. Dat alles in een palet van alle tinten pril lentegroen. Ieder van ons was verbaasd over al het onverwachte dat de natuur ons hier liet aanschouwen. Dan heb ik het nog niet gehad over de tierelierende vogeltjes en over de rammelaars die naar de moeren zaten te loeren.
Je leest het, ik was (en ben nog) overweldigd door al dat natuurschoon. Niet alleen ik was onder de indruk, we waren allemaal verrukt over de mooie wandeling die Martine en Luc met ons hadden gedaan.
Wij waren hen daarvoor uiterst dankbaar, én ze kregen nog een extra dank omdat zij ons feilloos door die wijde natuur waar geen huis was te bekennen hadden geloodst, anders waren we erin verloren gelopen.
Als spreekbuis van de aanwezige wandelaars opper ik hun wens: “Nog meer zulke wandelingen.”

Verslag: Daniël Van Renterghem.


 

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | feedback