Boma

De Kasseilegger

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WANDELVERSLAG

‘Haaghoek’-wandeling van dinsdag 7 februari 2012 te Zegelsem/Brakel

Werd onze wandeling in januari door een tempeest met rondvliegende takken en dakpannen verhinderd (stormalarm oranje), dan kon een koudegolf met Siberische ijskoude dat niet in februari.
Een voor een goed en wel gebunseld kwamen er 16 wandelaars het ijzig weer trotseren, waarbij we Guy en zijn echtgenote Marie-Claire voor de eerste maal mochten verwelkomen.
Onder een staalblauwe hemel met pralend winterzonnetje vertrokken we op de top van de Pottenberg aan Taverne ’t Hoekske. We hadden al direct in de verre verte de KBC-toren (Arteveldetoren) aan ‘Flanders Expo’ in het vizier samen met de Boekentoren en andere wazige Gentse torens. We liepen letterlijk de Pottenberg af tot aan het einde van het asfaltlint om er rechts een besneeuwde en hard bevroren landwegel te volgen; helemaal de dieperik in tot aan de Roebeek. Van daar klauterden we omhoog naar de Beekstraat en bereikten via een eindje Fronebroek (-straat) de Haaghoek, een fameuze kasseistraat bekend uit de ‘Ronde van Vlaanderen’. Ze loopt van de kerk van Sint-Kornelis-Horebeke naar de kerk van Zegelsem.
Wij hebben, zoals renners dat doen, midden op de kasseiweg de tweekilometer lange glooiende strook kinderkopjes bedwongen. Onderweg passeerden we een paar prachtige gesloten vierkantshoeves. Aan de voet van de Leberg (klinkt ons ook bekend in de oren) wordt de Haaghoek de Teirlinckstraat. Naar wie van de twee Teirlincks werd de straat genoemd? Naar Isidoor Teirlinck, hier geboren in 1851 en auteur van veel folklorewerken (soms in samenwerking met zijn zwager Reimond Stijns), of naar zijn zoon, dichter-schrijver Herman Teirlinck, die in Zegelsem vele van zijn vakanties doorbracht?
Op de hoek met de Sint-Ursmarusstraat kwamen we aan de Sint-Ursmaruskerk (1780-1783). Schuin tegenover de kerk maakt vanaf de voorgevel van een keurslagerij de façade van Balthazar Boma reclame voor ‘bomaworsten’. Op het kerkhof bekeken we enkele merkwaardige 17de en 18deeeuwse grafzerken en daalden een trap af, terug naar de Teirlinckstraat. Beneden stonden we even stil bij een monument ter ere van een nog schaars voorkomende stielman, de kasseilegger. Vanhier trokken we langs de kloosterschool de Teirlinckstraat naar boven om, juist naast het klooster, rechts het Kloosterpad in te trekken. Op de besneeuwde en sterk dalende kerkwegel was het opletten geblazen om geen slippertjes te maken. We kruisten de met gekabbeld ijs bedekte Perlinkbeek en klommen naar de Bleinstraat. Wij draaiden linksop en konden er bewonderend zien hoe het water van een greppel onder vorm van een verfijnd ijsgordijntje en een uit de kluiten gewassen ijsstalactiet bij het ijs op een lager lopend grachtje aansloot. Op het einde van de Bleinstraat belandden we op het steilste gedeelte van de Leberg. We volgden dat richting top tot we ter hoogte van het Monasterium Mariakluizen rechts de Keiweg namen. Sinds 1982 leeft er in het monasterium een oecumenische broedergemeenschap naar de regels van de Heilige Benedictus. Wie op zoek is naar innerlijke rust kan zich hier in een van de bijhorende houten huisjes voor een korte of langere tijd terugtrekken.
De Keiweg ging over in een veldweg waar ik luidop liep te mijmeren: “Het is heel lang geleden dat ik over zo’n heerlijk krakende sneeuw heb gewandeld”. Door de Holweg kwamen we in de Kleine Gastenhoek waar we, naar de Gentseweg toe, moesten optornen tegen een noordoostenwind die ongenadig onze wangetjes striemde.
Op de Gentseweg moesten we naar links afslaan om een vierhonderdtal meter verder ’t Hoekske te bereiken. We vlijden er ons in een knus hoekje om ons te warmen met hete koffie en een lekkere ‘geuteling’.
Tijdens de wandeling hebben we sneeuw- en winterlandschappen gezien waarvoor Herman Teirlinck uit zijn studio zou gekomen zijn en Valerius de Saedeleer uit zijn schildersatelier.
We hebben ongeschonden de laagste dagtemperatuur (bij de start -4° C, bij de aankomst -6° C) van deze winter getrotseerd; geen vervroren tenen, vingers, neus noch oren.
Het was een heus microbendodende wintertocht.

Verslag: Daniël Van Renterghem


 

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | gastenboek | feedback